Over groei, het hout-element en de ruimte van twee waarheden tegelijk
De laatste tijd merk ik steeds vaker hoe bevrijdend het is wanneer niet alles zo zwart-wit hoeft te zijn. Wanneer ik niet meteen hoef te kiezen wat ik ergens nu precies van vind. Wanneer meerdere gevoelens, meerdere waarheden, meerdere lagen naast elkaar mogen bestaan.
Misschien zit daar voor mij wel een vorm van lichtheid in. Niet de lichtheid van alles positief benaderen of het ongemakkelijke overslaan, maar een lichter worden doordat niet alles opgelost hoeft.
Als maar verandert in en
Ik merk steeds vaker hoeveel verschil het maakt wanneer ik in een situatie het woord maar verruil voor en.
Mijn jongste zoon gaat straks op kamers en we hadden het daar laatst samen over. Ik hoorde mezelf tegen hem zeggen dat ik twee tegenstrijdige gevoelens naast elkaar voel, en dat ik dat eigenlijk als een opluchting ervaar.
“Ik ben blij dat je uitvliegt, maar ik vind het spannend” maakt van mijn spanning bijna een bezwaar.
“Ik ben blij dat je uitvliegt, en ik vind het spannend” laat allebei bestaan.
Opeens hoeft er niets meer opgelost te worden. En dat geeft niet alleen mij ruimte, maar ook hem.
Wat me hier zo in raakt
Wat me hier zo in raakt, is dat het leven zelden vraagt om één zuiver, afgerond gevoel. Ja, onze jongste zoon gaat straks op kamers. Natuurlijk gun ik hem dat. Meer dan dat: ik ben oprecht blij voor hem. Ik zie zijn beweging naar buiten, zijn eigen richting, zijn eigen leven dat zich verder van ons vandaan en meer naar zichzelf toe begint te vormen. Dat is precies zoals het hoort.
En tegelijk voel ik hoe spannend ik het vind dat mijn man en ik dan voor het eerst samen wonen zonder kinderen. Wij kennen dat niet. We verhuisden zes weken voor de bevalling vanuit onze studentenkamers naar ons eerste huis samen. Er is eigenlijk nooit een fase geweest waarin we met z’n tweeën samenwoonden. Ik kijk ernaar uit en ik vind het ook spannend. Juist die dubbelheid niet glad hoeven strijken, geeft lucht.
Misschien is dat ook wat er verandert wanneer je jezelf niet meteen probeert te managen. Wanneer je niet direct op zoek gaat naar de juiste houding, de volwassen reactie, de meest verheven versie van wat je zou moeten voelen.
Grappig genoeg kwam ik dit inzicht de afgelopen tijd op meerdere plekken tegen: in een gesprek tussen Seth Godin en Mel Robbins, en ook in een interview met Wim Helsen.
Groeien in het donker
Het is eigenlijk niet zo vreemd dat dit thema zich juist nu aandient, rond de equinox. Er zit iets in deze tijd van het jaar dat beweging wakker maakt. In de taoïstische kijk hoort dat bij het hout-element: een kracht die naar buiten wil, richting zoekt, ruimte nodig heeft. Maar dat betekent niet dat groei altijd licht voelt.
De lente begint niet voor niets al in februari, als het nog koud is en hout zich nog een weg naar buiten moet banen. Als je hout pas ziet op zijn volle kracht, sla je een belangrijke fase over: die van groeien in het donker, in het ongewisse. De scheut die door de aarde duwt. De kracht die richting zoekt, nog voordat er iets zichtbaar of zeker is.
Groei kan ook schuren. Groei kan ook rouw oproepen, juist omdat er iets klopt. Soms vraagt groei dat je afscheid neemt van een oud jasje dat comfortabel zit, dat zich naar je lijf heeft gevormd, dat bekend voelt, misschien zelfs veilig — en toch merk je: ik kan hier niet in blijven zonder mezelf kleiner te maken dan nodig is. Er is iets in mij dat een andere richting kiest, ook al weet ik nog niet precies hoe die eruitziet.
Dat voelt voor mij veel echter dan een glad verhaal over ontwikkeling. Er zit bijna altijd ongemak in beweging. Frictie. Onzekerheid. Machteloosheid soms ook. Omdat niet alles maakbaar is. Omdat sommige overgangen zich niet laten versnellen. Omdat vertrouwen vaak niet voelt als een heldere stevigheid in jezelf, maar als iets veel subtielers: vertrouwen hebben in het vertrouwen. Vertrouwen dat het zich laat zien terwijl je nog niet alles weet. Terwijl je nog niet elegant bent in de nieuwe vorm.
Onze gewoonte om ongemak voor te zijn
Misschien is dat ook waarom zoveel van onze gewoontes anticipatie zijn op ongemak. We willen het voor zijn. Verzachten, invullen, controleren, verdoven, verklaren, organiseren. Niet eens omdat we zwak zijn, maar omdat we zo diep geoefend zijn in het vermijden van dat rauwe tussenstuk waarin iets nog niet opgelost is. Waarin verdriet naast opluchting staat. Waarin liefde hand in hand loopt met verlies. Waarin een stap die goed voelt toch ook pijn doet.
En toch vermoed ik dat daar een andere vorm van lichtheid te vinden is. Niet de lichtheid van “het valt wel mee”, niet de lichtheid van positieve gedachten eroverheen gieten, maar een lichter worden doordat niet alles meer bevochten hoeft te worden. Doordat ongemak niet meteen weg hoeft. Doordat machteloosheid niet per se een fout in het systeem is. Doordat ik mezelf hier niet uit hoef te praten. Alleen niet weg hoef te lopen.
De ruimte van twee waarheden
Misschien is dat wel de bevrijding van het woord en.
Dat ik blij kan zijn en verdrietig.
Dat iets kan kloppen en spannend kan zijn.
Dat ik vertrouwen kan voelen en de grond soms toch even kwijt ben.
Dat groei goed kan zijn en pijn kan doen.
Dat ik niet hoef te kiezen welke laag de waarheid is, omdat ze het misschien allemaal zijn.
En misschien is mijn groei op dit moment wel dat ik steeds minder haast heb om van het ongemak af te komen, en steeds meer kan blijven bij wat er is.